Bureau Waardenburg
Varkensmarkt 9
4101 CK Culemborg
T: 0345 512710
e-mail buwa

Verslepen rodenticiden
U bevindt zich hier:

Versleping van vergiftigd lokaas tegen ratten en huismuis: hoe vaak gebeurt het en wat is ertegen te doen?

 

Aanleiding

De meeste rodenticiden behoren tot de groep van de anticoagulantia. Na inname van lokaas met deze chemische stoffen kunnen dieren sterven aan interne bloedingen. Het College voor de toelatingen van gewasbeschermingsmiddelen en biociden (Ctgb) geeft aan dat deze middelen niet voldoen aan de toelatingscriteria, maar staat gebruik toe omdat knaagdieren (zwarte rat, bruine rat en huismuis) schade en ziekten kunnen veroorzaken en er nog onvoldoende alternatieve methoden voorhanden zijn. Uit een eerdere studie blijkt dat doorvergiftiging van niet doelsoorten in Nederland in meer dan de helft van de circa 200 onderzochte monsters optreedt. In de niet doelsoorten als vos, steenmarters, bunzing, wezel, kerkuil, steenuil en torenvalk zijn deze gifstoffen zoal teruggevonden. Dit was voor het ministerie van IenW de aanleiding om te laten onderzoeken in welke mate versleping plaatsvindt, welke niet-doelsoorten risico lopen op blootstelling en wat voor voorzorgsmaatregelen mogelijk zijn.

Onderzoeksopzet

Belangrijkste resultaten

Versleping is met de cameravallen vastgesteld in ruim 10% van de proefsituaties (N = 162). Daarnaast heeft ongeveer de helft van de ondervraagde plaagdierbeheersers versleping in de praktijk waargenomen. Kortom, versleping van aas treedt op in de praktijk en is een mogelijke route voor doorvergiftiging. Betreden van lokdozen door niet-doelsoorten is niet vastgesteld met dit cameravalonderzoek, met uitzondering van slakken. Dit in tegenstelling tot het eerder genoemde onderzoek van dit consortium, waarin met name veel bosmuizen werden waargenomen in de lokdozen. Aangezien de lokdozen in de directe nabijheid van bedrijfsgebouwen geplaatst zijn, en niet in het vrije veld, is het niet waarnemen van bosmuizen echter verklaarbaar. Plaagdierbeheersers plaatsen lokdozen overigens ook in de nabijheid van de bedrijfsgebouwen.

Welke dieren zijn aangetroffen nabij de lokdoos?

Maatregelen ter voorkoming van versleping en doorvergiftiging



Als toch rodenticiden worden toegepast, is strategische plaatsing van lokdozen belangrijk. Bij voorkeur worden deze geplaatst op locaties waar weinig niet-doelsoorten voorkomen en dus de kans op versleping door niet-doelsoorten gering is. Om de soorten in en rond de lokdozen beter in beeld te krijgen is aanvullende monitoring, bijvoorbeeld met cameravallen, aan te bevelen. Ook het aanbieden van lokaas in blokvorm en/of het lokaas stevig bevestigen met een klemmetje of ijzerdraad helpt om de kans op versleping te verkleinen. Het ontwerp van lokdozen kan daarnaast verder geoptimaliseerd worden (bijv. het verkleinen van de entree-opening) op het gedrag van doelsoorten. Voor dit punt is meer aandacht en onderzoek nodig. Tenslotte is het verwijderen van versleept lokaas en het verwijderen van kadavers belangrijk.

Meer informatie

Het rapport en de matrix zijn hier te downloaden.

Contactpersoon: